top of page

Holding boven je BV: wanneer is dat verstandig?

  • 21 jul
  • 7 minuten om te lezen
Ondernemers bespreken met een financieel adviseur of een holding boven hun bestaande BV past bij de groei en toekomstplannen van het bedrijf.

Toen je jouw BV oprichtte, was één vennootschap waarschijnlijk overzichtelijk en voldoende.


Inmiddels kan de onderneming flink zijn gegroeid. Er wordt structureel winst gemaakt, er staat meer vermogen op de balans of je denkt na over personeel, een tweede activiteit of toekomstige verkoop.


De onderneming verandert, terwijl de juridische en financiële structuur vaak hetzelfde blijft. Dat hoeft niet direct verkeerd te zijn, maar het is wel een goed moment om te beoordelen of één BV nog past bij wat je hebt opgebouwd.


Een holding boven je BV kan meer scheiding en flexibiliteit bieden. Maar wanneer is zo’n structuur echt verstandig en wanneer wegen de extra kosten niet op tegen de voordelen?


Kort samengevat

Een holding kan interessant worden zodra je structureel winst opbouwt, meer bedrijfsrisico loopt of nadenkt over meerdere activiteiten of verkoop. Maar de extra BV moet wel echt iets oplossen: meer bescherming, flexibiliteit of overzicht.

In dit artikel:


Wat is een holding boven je BV?


Bij een holdingstructuur bezit je meestal niet rechtstreeks de aandelen van de BV waarin je onderneemt.


In plaats daarvan ontstaat deze opbouw:


Eenvoudig schema van een holdingstructuur met de ondernemer, persoonlijke holding en werkmaatschappij.

De werkmaatschappij is de BV waarin de onderneming actief is. Vanuit deze BV worden klanten bediend, contracten gesloten, medewerkers betaald en zakelijke verplichtingen aangegaan.


De holding bezit de aandelen van de werkmaatschappij. In de holding kunnen bijvoorbeeld uitgekeerde winsten, beleggingen of bepaalde bedrijfsmiddelen worden ondergebracht.


Zo krijgen de holding en werkmaatschappij ieder een andere functie: de werkmaatschappij voert de activiteiten uit, terwijl de holding de aandelen bezit en vermogen kan opbouwen.


De KVK omschrijft de holding eveneens als de BV waarin onder andere winst en belangrijke bezittingen kunnen worden ondergebracht, terwijl de bedrijfsactiviteiten vanuit de werkmaatschappij plaatsvinden.


Waarom kiezen ondernemers voor een holding boven hun BV?


Een holdingstructuur kan verschillende voordelen bieden. Welke daarvan relevant zijn, hangt af van je winst, risico’s en toekomstplannen.


1. Vermogen en bedrijfsrisico’s beter scheiden

Opgebouwd vermogen hoeft niet in dezelfde BV te blijven waarin de dagelijkse bedrijfsrisico’s worden gelopen.


In de werkmaatschappij zitten onder andere de klantencontracten, medewerkers, verplichtingen en mogelijke claims. Wanneer daar ook jarenlang winst blijft staan, bevinden het vermogen en de operationele risico’s zich in dezelfde vennootschap.


Beschikbare winst kan onder voorwaarden vanuit de werkmaatschappij naar de holding worden uitgekeerd. Daardoor kan een deel van het opgebouwde vermogen buiten de actieve onderneming worden gebracht.


Een holding biedt geen absolute bescherming. Persoonlijke garanties, bestuurdersaansprakelijkheid en verplichtingen van de holding zelf blijven relevant. Wel kan de structuur zorgen voor een duidelijkere scheiding tussen ondernemen en vermogensopbouw.


2. Winst binnen de structuur beschikbaar houden

Winst die je niet direct privé nodig hebt, kan binnen de BV-structuur beschikbaar blijven voor nieuwe plannen.


De werkmaatschappij betaalt eerst vennootschapsbelasting over de gemaakte winst. Daarna kan winst onder voorwaarden als dividend naar de holding worden uitgekeerd.


Bij een Nederlandse holding met een kwalificerend aandelenbelang kan daarbij doorgaans een vrijstelling van dividendbelasting worden toegepast.


Het geld blijft dan zakelijk beschikbaar. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken voor investeringen in de bestaande onderneming, de start van een tweede activiteit of een financiële buffer.


Lees ook hoe wij ondernemers helpen met groei en winstoptimalisatie.


Een holding maakt winst niet automatisch belastingvrij. Zodra je geld vanuit de holding naar privé uitkeert, kunnen de regels voor box 2 van toepassing zijn.


3. Meer flexibiliteit bij meerdere activiteiten

Meerdere activiteiten hoeven niet allemaal binnen dezelfde BV te vallen.


Wanneer verschillende activiteiten in één werkmaatschappij zitten, raken de resultaten, verplichtingen en risico’s met elkaar verweven.


Via een holding kunnen meerdere werkmaatschappijen naast elkaar worden geplaatst. Dat maakt het mogelijk om activiteiten financieel en juridisch beter van elkaar te scheiden.


Dat kan vooral relevant zijn wanneer:


  • Eén activiteit meer risico met zich meebrengt;

  • Er verschillende zakenpartners betrokken zijn;

  • Je één onderdeel later afzonderlijk wilt verkopen.


Meer BV’s betekenen ook meer administratie, aangiften en onderlinge transacties. Een goed ingerichte boekhouding voor meerdere BV’s voorkomt dat geldstromen, resultaten en onderlinge verhoudingen onoverzichtelijk worden.


4. Meer flexibiliteit bij een toekomstige verkoop

Een holding kan meer flexibiliteit geven wanneer je jouw onderneming later wilt verkopen.


Wanneer de holding de aandelen in de werkmaatschappij bezit, komt een eventuele verkoopopbrengst in beginsel binnen bij de holding.


Wanneer de holding een kwalificerende deelneming in de werkmaatschappij heeft, valt de verkoopwinst doorgaans onder de deelnemingsvrijstelling. Hierdoor wordt winst die al binnen de werkmaatschappij is belast niet nogmaals belast bij de holding. De opbrengst kan daarna binnen de structuur beschikbaar blijven voor nieuwe investeringen, vermogensopbouw of een volgende onderneming.


Wil je de opbrengst vervolgens naar privé uitkeren, dan volgt alsnog een afzonderlijke fiscale beoordeling.


Juist daarom is het verstandig om de structuur ruim vóór een concrete verkoop te beoordelen. Wachten tot er al een koper aan tafel zit, kan de mogelijkheden beperken.


Wanneer is een holding boven je BV het overwegen waard?


Er bestaat geen vaste winstgrens waarbij iedere ondernemer automatisch een holding nodig heeft.


De afweging wordt vooral interessanter wanneer meerdere van de onderstaande situaties spelen:


  • Je maakt structureel meer winst dan je privé nodig hebt;

  • Er blijft steeds meer geld in de werkmaatschappij staan;

  • De operationele of contractuele risico’s nemen toe;

  • Je neemt medewerkers aan;

  • Je gaat grotere opdrachten of langlopende verplichtingen aan;

  • Je wilt investeren in een tweede onderneming;

  • Je wilt verschillende activiteiten uit elkaar halen;

  • Je denkt op termijn aan verkoop;

  • Je werkt samen met één of meerdere aandeelhouders;

  • Er bevinden zich waardevolle bezittingen in de actieve BV.


Eén los signaal betekent nog niet direct dat een holdingstructuur de beste keuze is.


Maar wanneer je onderneming groeit en er serieus vermogen wordt opgebouwd, verdient de structuur wel opnieuw aandacht. De BV die bij de start logisch was, hoeft niet automatisch de beste structuur voor de volgende vijf jaar te zijn.


Wanneer voegt een holding weinig toe?


Een holding is niet altijd nodig.


Wanneer er nauwelijks winst in de BV achterblijft, de bedrijfsrisico’s beperkt zijn en er geen concrete groei-, investerings- of verkoopplannen bestaan, kunnen de extra lasten zwaarder wegen dan de voordelen.


Je krijgt bij een extra BV onder andere te maken met:


  • Extra oprichtingskosten;

  • Een aanvullende administratie;

  • Een aparte jaarrekening;

  • Afzonderlijke aangiften vennootschapsbelasting;

  • Zakelijke bankkosten;

  • Onderlinge overeenkomsten en boekingen;

  • Meer aandacht voor correcte dividendbesluiten en geldstromen.


Ook kan een structuur onnodig ingewikkeld worden wanneer er zonder duidelijk plan meerdere BV’s worden opgericht.


Daarom begint goed advies niet met de mededeling dat je een holding nodig hebt. Het begint met de vraag wat je wilt beschermen, welke risico’s je loopt en wat je de komende jaren met het opgebouwde vermogen wilt doen.


Kun je later nog een holding boven een bestaande BV plaatsen?


Ja, ook wanneer je nu rechtstreeks de aandelen van je werk-BV bezit, kan er later een holding boven worden geplaatst.


Dat vraagt wel om een goede juridische en fiscale uitvoering. Je draagt je aandelen namelijk niet simpelweg administratief over van privé naar een nieuwe holding. De gekozen route kan gevolgen hebben voor de belastingheffing, de waardering van de aandelen en de benodigde documentatie.


Laat daarom vooraf beoordelen:


  • Hoe de aandelen worden overgedragen;

  • Wat de onderneming en aandelen waard zijn;

  • Of een fiscale faciliteit kan worden toegepast;

  • Welke notariële stappen nodig zijn;

  • Hoe bestaande contracten, financieringen en garanties zijn ingericht;

  • Of dividenduitkeringen verantwoord en toegestaan zijn.


Het juiste moment om dit te onderzoeken is niet pas wanneer er al een verkoop, investering of conflict aankomt. Hoe eerder je weet waar je naartoe wilt, hoe beter de structuur daarop kan worden ingericht.


Holding boven je BV: vijf vragen om jezelf te stellen


Twijfel je of je huidige structuur nog past? Begin dan met deze vijf vragen:


1. Hoeveel vermogen blijft er jaarlijks in mijn BV achter?

Wanneer vrijwel de volledige winst nodig is voor belastingen, salarissen, investeringen en werkkapitaal, is er minder ruimte om vermogen naar een holding over te brengen.

Blijft er ieder jaar structureel geld over? Dan wordt de vraag waar je dat vermogen wilt laten staan relevanter.


2. Welke risico’s zitten er in mijn werkmaatschappij?

Denk niet alleen aan de kans op faillissement.


Ook grotere klantencontracten, personeel, langdurige huurverplichtingen, productaansprakelijkheid, financieringen en afhankelijkheid van een klein aantal opdrachtgevers kunnen het risicoprofiel veranderen.


3. Wil ik binnen enkele jaren een tweede activiteit starten?

Wanneer je later meerdere activiteiten afzonderlijk wilt aansturen of verkopen, kan het verstandig zijn daar nu al rekening mee te houden.


4. Is verkoop van mijn bedrijf ooit een realistische mogelijkheid?

Je hoeft geen concreet verkoopplan te hebben. Maar wanneer verkoop op langere termijn denkbaar is, kan de huidige aandeelhoudersstructuur een groot verschil maken.


5. Wat wil ik uiteindelijk met het opgebouwde vermogen doen?

Wil je het geld privé gebruiken, binnen de onderneming herinvesteren, een andere BV financieren of voor langere tijd zakelijk vermogen opbouwen?


De gewenste bestemming van het geld bepaalt mede welke structuur logisch is.


Niet iedere ondernemer heeft een holding nodig — wel een passende structuur


Een holding is geen doel op zich.


Het doel is een structuur die aansluit bij:


  • Wat je hebt opgebouwd;

  • De risico’s die je onderneming loopt;

  • De winst die jaarlijks achterblijft;

  • Je privébehoefte;

  • Je investeringsplannen;

  • De mogelijke verkoop van je onderneming.


Voor de ene ondernemer blijft één BV voorlopig de beste en eenvoudigste keuze. Voor de andere ondernemer is het juist verstandig om vermogen en bedrijfsactiviteiten eerder van elkaar te scheiden.


Daarom kijken we bij Vertex Accountancy niet alleen naar het aantal BV’s. We beoordelen het complete financiële plaatje en bespreken wat de structuur de komende jaren daadwerkelijk moet ondersteunen.


Veelgestelde vragen over een holding boven je BV

Heeft iedere ondernemer met een BV een holding nodig?

Nee. Of een holding relevant is, hangt onder andere af van de winst, het opgebouwde vermogen, de bedrijfsrisico’s en de toekomstplannen. Bij beperkte winst en weinig risico kunnen de extra kosten zwaarder wegen dan de voordelen.

Er bestaat geen vaste winstgrens. Belangrijker is hoeveel winst structureel in de werkmaatschappij achterblijft en wat je met dat geld wilt doen.

Ja, maar dit vraagt om een goede fiscale en juridische uitvoering. De aandelen moeten op de juiste manier worden overgedragen en meestal is ook een notaris nodig.

Nee. Een holding kan vermogen en bedrijfsactiviteiten beter van elkaar scheiden, maar biedt geen absolute bescherming. Persoonlijke garanties, aansprakelijkheid en verplichtingen van de holding zelf blijven relevant.

Een dividenduitkering van de werkmaatschappij aan de holding kan onder voorwaarden onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Zodra geld vanuit de holding naar privé gaat, kan box 2-heffing van toepassing zijn.



Past je BV-structuur nog bij je onderneming?

Je onderneming kan in een paar jaar flink veranderen. Dan is het verstandig om ook opnieuw naar je structuur te kijken.


Wij beoordelen je winst, risico’s en toekomstplannen en leggen helder uit of een holding daadwerkelijk iets toevoegt.





Persoonlijk advies voor ondernemers met een BV in ’t Gooi en omgeving.


bottom of page